| RHEPORTER ONLINE

 

 

Ferry de Gier

 

 

 

Marjolijn van Gemerden

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Webmagazine



Het Rhedens de Tender: volop in beweging

Aan het begin van dit schooljaar voerde Het Rhedens de Tender een aantal onderdelen in van een nieuw onderwijsconcept, waarin de leerling meer dan ooit centraal staat. De eerste ervaringen zijn positief; de school buigt zich momenteel over de vraag of en hoe dit project verder uitgebreid kan worden. Maar dat is niet het enige wat er in het kader van onderwijsontwikkeling gebeurt op de Dierense praktijkschool. Zo werd ook gestart met het nieuwe vak Leefstijl en is Het Rhedens de Tender zich aan het oriënteren op de mogelijke invoering van een elektronische leeromgeving. Er wordt dus niet stilgezeten in het (ook al nieuwe) schoolgebouw aan de Harderwijkerweg. Rheporter sprak met locatiedirecteur Ferry de Gier en docent Marjolijn van Gemerden (tevens mentor en stagebegeleider), in een poging om zicht te krijgen op al die ontwikkelingen.

Onderwijsconcept
Niet de leerling volgt het programma, maar het programma volgt de leerling: dat is de kern van een relatief nieuw onderwijsconcept, waarmee in diverse landen inmiddels goede ervaringen zijn opgedaan. Het leidt tot betere schoolprestaties en minder voortijdige uitval. De basis van het concept werd ontwikkeld in de Verenigde Staten. Het idee gaat uit van een persoonlijk leerplan voor elke leerling. In het eerste leerjaar probeert de school erachter te komen waar de belangstelling van de leerling naar uitgaat. Vanaf het tweede leerjaar wordt in toenemende mate gewerkt met heterogene, ofwel meerjarige groepen. Bij de samenstelling daarvan staat de belangstelling, het leerdoel en het niveau van de leerling voorop. Elke leerling  heeft een vaste mentor. De mentorgroepen bestaan uit maximaal vijftien leerlingen die aan het begin van elke schooldag op een vaste plek een lesuur met elkaar doorbrengen. In deze opzet duren de lessen 40 minuten; naast de lessen vormen praktijkvakken en stages een belangrijk onderdeel van de opleiding. Elke schooldag begint met een plenair samenzijn van een half uur in de aula van de school, waarbij alle leerlingen en medewerkers van de school aanwezig zijn.

 

Het Rhedens de Tender nam afgelopen zomer een drietal elementen van het concept over: de plenaire bijeenkomst aan het begin van de schooldag, het vaste mentoruur, en de lesduur van 40 minuten. Met praktijkstages en het opstellen van persoonlijke leerplannen was de school al langer vertrouwd.  Of de school ook met  heterogene mentorgroepen gaat werken, is nog niet duidelijk. 'Het gaat erom dat we die elementen van het concept overnemen, die in het belang zijn van onze leerlingen, zegt locatiedirecteur de Gier. 'Zowel het werken met homogene als met heterogene groepen heeft zijn voordelen. Maar welke keuze we ook maken, hij zal door de medewerkers gedragen moeten worden – zonder dat heeft vernieuwing geen zin.'

 

De keuze heeft bijvoorbeeld invloed op de algemeen vormende vakken. Marjolijn van Gemerden: 'Die worden nu allemaal door de mentor gegeven, die dus als een soort groepsleerkracht functioneert – net zoals in het basisonderwijs. Voor de leerling betekent dat een duidelijke structuur en dus extra veiligheid en stabiliteit. Daar staan we als school bekend om. Hoe verhoudt dat voordeel zich tot de voordelen van de heterogene aanpak waarin je het onderwijs nog individueler kunt maken? Geen gemakkelijke keuze, waarbij we niet over één nacht ijs willen gaan. Het mooiste zou zijn als je de voordelen van beide benaderingen kunt combineren.'

 

Elektronische leeromgeving
Een andere ontwikkeling is die van de invoering van een elektronische leeromgeving (ELO). Deze staat in feite los van het nieuwe onderwijsconcept waar de school gebruik van maakt, maar sluit er wel goed bij aan. De Gier: 'Dat we daar naar zouden gaan kijken, stond al langer in de planning, maar het komt nu heel mooi samen met de eerder genoemde veranderingen. Omdat ook de ELO het onderwijs nog persoonlijker kan maken. Waar de leerling mee bezig is, is dan minder voorheen aan een vast rooster gekoppeld. Docenten worden nog meer coach: in hun rol van begeleider helpen ze leerlingen bij wat ze moeten doen, maar zorgen er bijvoorbeeld ook voor dat leerlingen weten in welk lokaal ze terecht kunnen en welk materiaal ze nodig hebben. De invoering van een ELO heeft nogal wat voeten in de aarde, maak ik denk dat het wel de toekomst heeft.' Nog dit voorjaar vindt er een pilot plaats, waarbij het reguliere rooster een paar dagen overboord gaat en alle leerlingen de kans krijgen om in de elektronische leeromgeving met opdrachten bezig te zijn. De leerlingen hebben al een inlog-account gekregen voor Promotie Digitaal, de naam van het programma waaruit de elektronische leeromgeving bestaat. De docenten worden bijgeschoold om de software goed te leren kennen. Na de pilot neemt de school een besluit over de invoering van een ELO.

 

Het ‘vak’ leefstijl
Van weer een heel andere orde is het vak leefstijl, dat begin dit schooljaar in de eerste drie leerjaren werd ingevoerd. Belangrijkste doel van het vak is om kinderen zich bewust te laten worden van hun eigen gedrag, en om ze te leren keuzes te maken, verantwoordelijkheid te dragen en anderen te accepteren. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om aandachtsgebieden als sociale vaardigheden en gedrag op de stageplek. In het vak staat steeds in alle klassen hetzelfde thema centraal. Van Gemerden: 'Aan zo'n thema wordt niet alleen tijdens de bewuste les aandacht besteed, maar ook daarbuiten: bij andere vakken, In de aula, op de pauzeplaats. Daarmee bereiken we dat het onderwerp echt gaat leven op school.' Het volledige programma bestaat uit een achttal thema’s: Goed begonnen is half gewonnen, Heldere communicatie, Sterk door gevoelens, Goed voor mezelf,  Sterk in samenwerk, Opgelost!, Maak jouw keuze en De maatschappij en jij.

 

Als voorbeeld van een activiteit die buiten de les plaatsvindt, noemt Van Gemerden een spel waarbij één leerling een staart krijgt omgebonden die zijn klasgenoten te pakken moeten zien te krijgen. 'Na afloop praten we daar dan over: hoe is het om in je eentje tegenover alle anderen te staan? Hoe verliep de samenwerking bij het jagen op de staart? Want dat is de methodiek die we hanteren: eerst de leerlingen iets laten doen of mee laten maken, en er dan samen op terugkijken. Het maakt dat de thema's die we behandelen meer reliëf krijgen, tast- en voelbaar worden. In het genoemde voorbeeld krijgen op die manier begrippen als met elkaar omgaan, buitengesloten worden en pesten meer betekenis.'

 

Ook met het oog op dit nieuwe vak kregen de docenten een extra tweedaagse scholing. 'Met dit initiatief vangen we twee vliegen in één klap: we werken aan een goede persoonlijkheidsontwikkeling van de leerlingen, én aan een prettig schoolklimaat. We streven naar een dusdanig gezonde en krachtige schoolcultuur, dat je De Tender er direct aan kunt herkennen. Het feit dat elke dag begint met een gezamenlijk moment voor de hele school, draagt daar ook aan bij. Niemand is anoniem, signalen kunnen vroeg worden opgepakt, docenten en mentoren zijn heel benaderbaar', vult De Gier aan.

 

Positief

Er gebeurt dus het nodige op Het Rhedens de Tender. Welk effect hebben de ontwikkelingen tot nu toe op medewerkers en leerlingen? Van Gemerden: 'Voor de leerlingen zijn de veranderingen tot nu toe heel positief geweest, ik heb het gevoel dat ze goed weten waar ze aan toe zijn en de sfeer op school is prima. Voor de medewerkers is het soms misschien nog wat onrustig. Dat brengt verandering nou eenmaal met zich mee; bovendien zijn we nog bezig belangrijke keuzes te maken, waarbij de meningen wel eens verdeeld zijn. Maar het houdt de sleur buiten de deur en het is boeiend om inhoudelijk en verbeteringsgericht met je vak bezig te zijn.'